FOX INFO
FOX TERRIER RASSINFORMATIE KARAKTER, OORSPRONG EN EIGENSCHAPPEN
De Fox Terriër is een energiek, intelligent en moedig hondenras met een geschiedenis die teruggaat tot de veertiende eeuw.
De naam verwijst naar zijn oorspronkelijke taak: Fox betekent vos en Terrier verwijst naar zijn werk als aardhond. Deze Engelse terriër werd speciaal gefokt om vossen en dassen uit hun holen te drijven tijdens de traditionele jacht.
Voor dit werk moest de Fox Terriër klein maar krachtig, moedig en zeer alert zijn. De overwegend witte vacht zorgde ervoor dat de hond goed zichtbaar bleef voor de jagers. Zijn sterke gebit, vastberaden karakter en uitstekende jachtinstinct maakten hem zeer geschikt voor dit werk.

VARIËTEITEN VAN DE FOX TERRIËR
De Fox Terriër bestaat in twee variëteiten, die qua bouw identiek zijn maar verschillen in vacht: gladharig en draadhaarig.

Tegenwoordig wordt de Fox Terriër in Nederland vooral gehouden als vrolijke gezinshond en showhond. Ondanks deze verandering is hij een echte natuurhond gebleven. Hij beschikt nog steeds over een sterk jachtinstinct, veel energie en een speelse, alerte houding. In huis en tuin jaagt hij graag op bewegende objecten en blijft hij actief en betrokken bij zijn omgeving.
De Fox Terriër is daardoor een ideale hond voor actieve baasjes die houden van een slimme, levendige en karaktervolle metgezel..
GLADHAAR FOX TERRIËR
De gladharige Fox Terriër heeft een korte, rechte en vlakke vacht die glad en stevig aanvoelt. De vacht is dicht en wordt beschermd door een zachte ondervacht. Deze variëteit straalt elegantie uit en is een lust voor het oog. Om de vacht gezond en glanzend te houden, is regelmatig borstelen voldoende.
DRAADHAAR FOX TERRIËR
De draadhaar heeft een iets ruigere uitstraling. De vacht is hard, dicht en licht golvend, met een zachte, fijne ondervacht. De poten zijn dicht behaard en licht gekruld, terwijl de hond een karakteristieke lange baard draagt.
In showconditie straalt de draadhaar kracht en elegantie uit, terwijl hij in het dagelijks leven wat voller en wolliger kan ogen. Regelmatig borstelen en trimmen is essentieel om de vacht in optimale conditie te houden.
Beide variëteiten hebben hun eigen charme en karakteristieke uitstraling. Ongeacht het type vacht blijft de Fox Terriër een energieke, elegante en liefdevolle metgezel.

✂️ VACHTVERZORGING
De Draadhaar moet regelmatig worden geborsteld en twee keer per jaar vakkundig worden getrimd. Scheren is absoluut af te raden: hierdoor vervagen de kleuren en verliest de vacht zijn harde structuur.
❤️ KARAKTER EN AARD
In de borst van de Fox Terriër huizen twee zielen. Oorspronkelijk gefokt als jachthond is hij energiek, moedig en vol temperament. Als gezelschapshond is hij vriendelijk, aanhankelijk en speels.
Hij is:
Altijd vrolijk en actief
Zeer energiek en wendbaar
Zelfverzekerd en soms eigenzinnig
Aanhankelijk en aandacht vragend
Slim en vol werklust
Hij is een goede waker zonder overdreven verdedigingsdrang, maar met een sterk jachtinstinct (muizen, mollen, konijnen en natuurlijk de vos). Hij houdt van water en heeft een elegante, trotse uitstraling.
🎓 OPVOEDING
De Fox Terriër is intelligent maar ook eigenzinnig. Hij kan zijn baasje met verrassend veel slimheid om de tuin leiden. Daarom is een consequente en duidelijke opvoeding essentieel. Hij leert snel, werkt graag samen en wordt een trouwe kameraad voor het leven.
❤️GEZONDHEID
De Fox Terriër is over het algemeen een gezond en vitaal ras. Met jaarlijkse controles en de gebruikelijke vaccinaties blijft hij meestal ver uit de buurt van de dierenarts. Het ras staat bekend om zijn robuuste gezondheid en scherpe zintuigen.


ALGEMENE VERSCHIJNING
Actief en levendig, sterk geraamte en kracht in klein bestek. De bouw moet perfecte balans vertonen, in het bijzonder heeft dat betrekking op de verhouding van schedel en voorsnuit, die evenals de hoogte van de schouder en de lengte van het lichaam van boeg tot zitbeen ongeveer gelijk moet zijn. In stand als een goed jachtpaard met korte rug, veel grond beslaand.

RASTYPISCHE EIGENSCHAPPEN
Attent, snel in de bewegingen, intelligente uitdrukking, tot het uiterste gespannen aandacht bij de geringste uitdaging. KARAKTER Vriendelijk, vrij en zonder angst.
HOOFD
Bovenbelijning van de schedel bijna vlak, licht hellend en geleidelijk smaller wordend naar de ogen toe. Weinig verschil in lengte tussen schedel en snuit. Als de snuit duidelijk korter is, ziet het hoofd er zwak en onaf uit. De snuit wordt naar de neus toe, geleidelijk aan smaller en valt even in bij de overgang naar het voorhoofd, maar mag niet ineens wegvallen onder de ogen, waar hij flink opgevuld moet zijn. Overdreven been- en spierontwikkeling van de kaken is ongewenst en minder mooi. Geen volle en bolle wangen. Neus zwart.
OGEN
Donker, vol vuur en schranderheid, tamelijk klein, niet uitpuilend. Zoveel mogelijk cirkelvormig, niet te ver uit elkaar staand, noch te hoog in de schedel naar de oren toe. Een licht oog is zeer ongewenst.
OREN
Klein, V-vormig, matig dik, goed naar voren gevouwen en dicht tegen de wangen vallend. De vouw moet goed boven de schedel uitkomen. Een staand oor, een afgerond oor of een naar achteren gevouwen oor zijn zeer ongewenst.
MOND
Sterke kaken met een perfect regelmatig en kompleet schaargebit, d.w.z. de boventanden juist over de ondertanden heen sluitend en recht ingeplant.
HALS
Droog en gespierd, zonder keelhuid, van behoorlijke lengte en geleidelijk verbredend naar de schouders, met een sierlijke boog van opzij gezien.
VOORHAND
Van voren gezien een vlakke lijn van hals naar boeg met droge schouders. Van opzij gezien lang en schuin naar achteren liggende schouder met duidelijk uitkomende schoft. Borst diep, niet breed. De benen moeten van alle kanten bezien recht zijn met sterk bot tot aan de voeten toe. Ellebogen moeten evenwijdig aan het lichaam aansluiten en vrij van de zijden bewegen, en niet uitsteken tijdens de beweging.
LICHAAM
Rug kort, recht en sterk, zonder slapte. Lendenen gespierd en licht gewelfd. Borstkast diep, voorste ribben matig gewelfd, de achterste diep en goed gewelfd. Weinig ruimte tussen ribben en achterhand.
ACHTERHAND
Sterk en gespierd, vrij van inzakken of hellend kruis. Knieën goed gebogen, naar binnen noch naar buiten gericht. De hakken laag bij de grond, van achteren gezien recht en evenwijdig aan elkaar. De combinatie van de korte schenkel en een steile knie is zeer ongewenst.
VOETEN
Rond, gesloten met kleine sterke goed ontwikkelde eeltkusssentjes. Matig gebogen tenen, die noch naar binnen noch naar buiten gericht staan. Hoog aangezet, rechtop gedragen. , niet over de rug of gekruld. Goed stevig en van behoorlijke lengte.

GANGWERK
Voor- en achterbenen moeten recht naar voren en evenwijdig aan elkaar bewegen. Ellebogen bewegen recht onder het lichaam en vrij van de zijden. De knieën draaien naar binnen, noch naar buiten. Goed voortstuwende beweging komt uit goed bewegende achterhand.

BEHARING
Dicht, hard en ruig. Lengte van de vacht op hals en schouder ongeveer 1 tot 2,5 cm, rug, ribben en benen met een ondervacht van kort zachter haar. Het haar op de rug en de achterhand is harder dan op de flanken. Het haar op de kaken moet hard aanvoelen en lang genoeg zijn om de voorsnuit een krachtig uiterlijk te geven. Het haar op de benen moet dicht en stug zijn.
KLEUR
Overheersend wit met tan-kleurige of zwarte aftekening. Gestroomde rode of lever- of leikleurige aftekening is ongewenst.
MAAT
Schouderhoogte reuen niet meer dan 39 cm, teven wat lager. Het ideale gewicht in tentoonstellingsconditie voor reuen 8,25 kg, teven wat minder
FOUTEN
Iedere afwijking van de voorafgaande punten moet als fout beschouwd worden en de beoordeling moet geschieden in verhouding tot de ernst van de fout.
BOVENDIEN
Reuen moeten twee normale volledig ingedaalde testikels hebben.